Theorie van gepland gedrag

Theorie van gepland gedrag

Dat fietsen gezond is weten de meeste mensen wel. Waarom is er dan nog steeds een relatief grote groep mensen die met de auto naar het werk reist, terwijl ze op een fietsbare afstand van hun werk wonen? Vinden ze hun gezondheid dan niet belangrijk? Het antwoord is helaas niet zo eenvoudig. Het menselijk gedrag wordt door verschillende factoren beïnvloed. De theorie van gepland gedrag van Icek Ajzen is een belangrijke psychologische theorie om het menselijk gedrag te verklaren.

Figuur 1: Schematische weergave van theorie van gepland gedrag.

Factor 1: Sterkste attitude bepaalt het uiteindelijke gedrag

Volgens Ajzen wordt het gedrag van mensen vooral bepaald door de intentie (plannen) die we hebben om bepaald gedrag te vertonen. Deze wordt op haar beurt beïnvloed door drie factoren, waaronder de attitude (houding) van mensen ergens over. Wat vinden ze bijvoorbeeld van fietsen naar het werk? En vinden ze het milieu belangrijk? Complex hierbij is dat mensen meerdere attitudes kunnen hebben over bepaald gedrag. Zo kan iemand het bijvoorbeeld prettig vinden om naar het werk te fietsen en ook positief zijn over het feit dat het bijdraagt aan het milieu, maar vinden ze het misschien nóg belangrijker om snel of niet bezweet op hun werk aan te komen. De sterkste attitude bepaalt het uiteindelijke gedrag. Daarnaast zijn mensen vaak geneigd om hun gedrag goed te praten: ze stellen hun attitude bij aan hun gedrag: “1 auto meer of minder op de weg maakt ook niet veel uit voor het milieu”.

Door mensen kenbaar te laten maken dat ze voorstander zijn van bepaald gedrag (bijvoorbeeld fietsen), stimuleert u dat om dat gedrag te vertonen. Social media is daar een goed middel voor.

Factor 2: Normen door anderen in de omgeving

De tweede factor die volgens Ajzen de intentie beïnvloedt, zijn subjectieve normen. Dit is de norm die wordt neergezet door anderen in de omgeving. Onze oerdrift om ergens bij te willen horen, zorgt ervoor dat we ontzettend gevoelig zijn voor wat anderen in onze omgeving vinden en doen. Automobilisten waarbij het grootste deel van de mensen uit zijn/haar sociale omgeving ook met de auto reizen, zullen zich gesterkt voelen in hun gedrag. Zij zullen minder geneigd zijn om over te stappen op de fiets, dan wanneer ze omringd zouden zijn met mensen die wel voornamelijk fietsen. Benut daarom bij het stimuleren van ander reisgedrag de mensen die het gewenste gedrag al wél vertonen. Zet ze in als ambassadeurs om anderen te overtuigen.

Factor 3: Gedragscontrole

De laatste factor die volgens Ajzen invloed heeft op onze intenties, is de waargenomen gedragscontrole. Dit is de mate waarin mensen zichzelf in staat achten om bepaald gedrag te vertonen. Het kan voor een automobilist best spannend zijn om over te stappen op de fiets.

Vragen als “is dit wel iets voor mij” en “lukt het me wel om vol te houden” zijn vaak vragen die opspelen, met name als iemand bijvoorbeeld overweegt om zijn auto in te ruilen voor een elektrische fiets. Deze angst weerhoudt mensen ervan om hun gedrag te veranderen. Ze hebben vaak een zetje nodig om definitief een stap te zetten. Een goede manier om deze mensen over de drempel te trekken is om ze het nieuwe gedrag te laten proberen. Het liefst op een laagdrempelige en kosteloze manier, zodat ze niks te verliezen hebben.

Maar er is ook nog onbewust gedrag!

Een kanttekening bij de theorie van gepland gedrag, is dat het maar een deel van het menselijk gedrag verklaart. Het model gaat uit van beredeneerd en bewust gedrag, maar besteed geen aandacht aan onbewust gedrag. Zo is een groot deel van ons gedrag geautomatiseerd, waardoor het hebben van de ‘juiste’ intentie niet altijd tot het gewenste gedrag leidt. Denk bijvoorbeeld aan gewoontegedrag.

Kortom: gaat u aan de slag met de theorie van gepland gedrag, vraagt u dan ook altijd af of er zaken zijn die het gedrag van uw doelgroep onbewust beïnvloeden!

Menu