Motieven en weerstanden: de basics

Het ontwikkelen van gedragsmaatregelen dient vooraf te worden gegaan door een gedegen gedragsanalyse. Naast dat het probleemgedrag en de doelgroep dient te worden gespecificeerd en vastgesteld, dient er aandacht te worden besteed aan de verklarende variabelen voor bepaald gedrag: de motieven en weerstanden van een persoon. Op basis hiervan kunnen vervolgens beïnvloedingsstrategieën worden gekozen om het gedrag van de doelgroep te veranderen.

Deze notitie beschrijft de basisbeginselen van motieven en weerstanden.

Motieven

Bij motieven gaat het om reden waarom mensen bepaald gedrag graag willen vertonen. Dat kan zijn omdat mensen vanuit zichzelf iets heel erg belangrijk vinden. Bijvoorbeeld, een persoon wil graag meer bewegen en besluit daarom om vaker met de fiets naar het werk te komen. We zeggen dan dat deze persoon intrinsiek gemotiveerd is. Sociale beïnvloeding (bijvoorbeeld groepsdruk) is een krachtige manier om mensen intrinsiek te motiveren. Zo zullen mensen in een team extra hun best doen, omdat ze hun teamgenoten niet willen teleurstellen. U ziet het effect hiervan ook terug in stimuleringsprogramma’s waarbij teamgenoten afhankelijk zijn van elkaar bij het krijgen van een beloning.

Extrinsieke motivatie

Naast intrinsieke motivatie, kunnen mensen ook extrinsiek gemotiveerd worden. Ze besluiten dan bijvoorbeeld om vaker op de fiets naar het werk te gaan, omdat ze door een externe bron daartoe gemotiveerd worden. Beloningen met geld of cadeaus worden hierbij vaak gebruikt. Extrinsieke motivatie kan ook voortkomen uit noodzaak. Er gaan bijvoorbeeld wegwerkzaamheden plaatsvinden, waardoor men op zoek moet naar een andere manier van reizen dan met de auto. Een uitdaging bij het gebruiken van externe motivatoren, is om het nieuwe gedrag vast te houden. Ervaring leert dat men vaak in het oude gedrag vervalt als de externe prikkel stopt.

Hoe gaat het in de praktijk?
In de praktijk ziet u dat vaak een combinatie van de twee typen motivatoren wordt ingezet om het gebruik van bepaalde vervoermiddelen te stimuleren. Hierbij wordt vaak eerst ingespeeld op de extrinsieke motivatie om mensen te verleiden tot ander gedrag (bijvoorbeeld een geldelijke beloning) en daarna gaat men over op de intrinsieke motivatie (bijvoorbeeld gezondheidsvoordelen) om het gedrag te verduurzamen.

Weerstanden

Bij weerstanden gaat het om redenen waarom mensen bepaald gedrag niet vertonen. De weerstanden die mensen kunnen ervaren, zijn in grofweg drie categorieën onder te verdelen:

  1. Reactance: dit type weerstand is gericht tegen een veranderpoging en komt vaak voort uit emoties en een gevoel van vrijheidsbeperking.
  2. Scepticism: deze weerstand is gericht op de inhoud van een veranderpoging. Men is het inhoudelijk niet eens met iemand die zijn/haar probeert te overtuigen.
  3. Inertia: dit is weerstand tegen verandering. Men wil de huidige situatie behouden, omdat ze niet willen veranderen. Vaak speelt luiheid ook een rol hierbij.

Er zijn een aantal maatregelen die u kunt nemen om bovenstaande vormen van weerstand weg te nemen. Wanneer u mensen wil stimuleren om met een ander vervoermiddel naar het werk te reizen, kunt u de volgende beïnvloedingsstrategieën toepassen:

  1. Reactance: vraag mensen niet om hun reisgedrag volledig om te gooien, maar begin klein (bijvoorbeeld 1 dag per week fietsen in plaats van met de auto komen) en probeer dit uit te bouwen. Dit wordt ook wel de ‘foot-in-the-door techniek genoemd.
  2. Scepticism: in plaats van dat u mensen probeert te overtuigen van hoe fijn het is om naar het werk te fietsen, laat u ze zichzelf hiervan overtuigen. Laat mensen bijvoorbeeld een week een elektrische fiets (gratis) proberen.
  3. Inertia: maak gebruik van de kracht van sociale beïnvloeding en laat mensen uit een bepaalde sociale kring (collega’s, vrienden, et cetera) elkaar overhalen om ander gedrag te vertonen.
Menu